Kijk ook op Pinterest

Follow Me on Pinterest

Zoeken

Nieuwsbrief

Abonneer u hier



Vrienden

Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner

Rivier de IJssel

Rivier de IJsselIk houd ervan om met de trein te reizen. Liefst in gezelschap van een goed boek. Pas nog liet ik me over rivieren vervoeren, terwijl Alfred Birney’s ‘Rivier de IJssel’ in mijn handen rustte en hij mij deelgenoot maakte van een geschiedenis die mij voor een deel nog onbekend was.

Achterop het boek las ik:

‘Weet je wat het is met rivieren? Ze migreren niet. Ze raken vervuild, vergiftigd, drogen uit, lopen weer vol, stromen over, wat dan ook, maar ze blijven op hun plaats. Het mysterie is dat ze stromen. Dát is dus waar het om gaat: op je plaats blijven en tegelijk blijven stromen.’

Het intrigeerde me, prikkelde mijn nieuwsgierigheid als liefhebber van literatuur, maar ook als nazaat van een nomadenvolk en kind dat aan een rivier geboren is.

Direct na het lezen van de eerste regels transformeer ik in een onzichtbare toeschouwer, een schaduw die zich naar de geest van een musicus, onderweg naar Deventer verplaatst. Geruisloos word ik deelgenoot van de gedachten, gevoelens en al dan niet heimelijke verlangens van een zekere Birnie. Ik kende hem nog uit ‘Rivier de Lossie’ die nu moeiteloos in ‘Rivier de IJssel' overvloeit. Een muzikant met een fetisj voor lange donkere jurken: ‘Zwart, paars, donkergroen’. Hij is onderweg naar Deventer, de plaats die onlosmakelijk met een deel van zijn familieverleden verbonden is en waar hij die avond een zangeres moet begeleiden. Ze is een oude bekende van hem met wie hij meer deelt dan hun gezamenlijke passie voor muziek. Hij hoopt en hunkert misschien ook wel hevig naar een wilde nacht met haar, maar ziet die beetje bij beetje vervliegen als hij een onbekende Indo ontmoet die zijn blanke evenbeeld is.

Zijn dubbelganger, die hem in eerste instantie flink op zijn zenuwen werkt, nodigt hem na het concert bij hem aan tafel uit. Hij stelt zich voor als de zoon van de laatste planter van het op Oost-Java gelegen Birnie-imperium. Door nieuwsgierigheid gedreven neemt hij de uitnodiging aan. Ze blijken dezelfde overgrootvader te hebben. Een derde generatie Schot die vier jaar na de tragische zelfmoord van zijn vader de oversteek naar Nederlands-Indië maakte. En dat niet alleen. Zijn blanke dubbelganger blijkt ook nog eens een gedreven genealoog met grote kennis van zaken te zijn. Beetje bij beetje ontrafelt zich het verleden, terwijl de musicus zich er pijnlijk van bewust wordt dat hij moet kiezen tussen zijn verlangen naar een ongetwijfeld heerlijke nacht met Susie of de honger naar zijn Indische familiegeschiedenis. Een historie gelardeerd met onbeantwoorde vragen. De gesprekken tussen de twee Birnies en ook de gedachten die door het hoofd van de muzikant spelen, maken me niet alleen op intieme wijze deelgenoot van een persoonlijke levensgeschiedenis. Ze maken mij ook op een vloeiende en sublieme wijze deelgenoot van de koloniale geschiedenis en de last van migratie die vooral op de schouders van Birnie de musicus lijkt te rusten.

Als ik de schitterend geschreven novelle dichtsla denk ik: ‘Rivier de IJssel’ stroomt. De woorden van de schrijver voelen als omgewoeld rivierzand, maar zullen langzaam maar zeker hun plaats vinden.

Alfred Birney
Rivier de IJssel

Novelle
Haarlem, Knipscheer Publishers, 2010

0 Reacties

Plaats een reactie


    • >:o
    • :-[
    • :'(
    • :-(
    • :-D
    • :-*
    • :-)
    • :P
    • :\
    • 8-)
    • ;-)